LES 7 MAATSCHAPPIJLEER RANGEN EN STANDEN

Voor leerlingen van de bovenbouw

Doel:

In Nederland wonen veel mensen. Die mensen hebben van alles met elkaar te maken. Ze hebben door hun afkomst, door hun studie, of door hun werkzaamheden een bepaalde plaats in de maatschappij.

Je leert dat de opbouw van de samenleving in rangen en standen door de eeuwen heen veel is veranderd.

Bovendien leer je dat er ook in bepaalde beroepen een indeling is in rangen en standen.

Als voorbeeld is hier de marine genomen. Michiel de Ruijter heeft immers de marine opgericht.

 

Opzet:

 

LES A rangen en standen inde Gouden Eeuw

Lees pagina 122/123 uit het boek Helden van de Honte

Lees de achtergrondinformatie rangen en standen in de Gouden Eeuw

 

Maak de opdrachten A1 en A22

 

LES B rangen en standen bij de marine

Lees de achtergrondinformatie over de marine

 

Maak de opdracht

Nodig: pen en papier

 

Les 7A  Achtergrondinformatie Rangen en standen in de Gouden Eeuw

 

In de Middeleeuwen bestond de maatschappij uit drie standen:

Adel
Geestelijkheid
Burgerij

In de Gouden Eeuw werden de mensen op een andere manier ingedeeld:

Adel
Gegoede burgerij
Kleine burgerij
Het gewone volk
De werkelozen

De adel:

Hier vielen ook de regenten en patriciÓers onder. Met regenten bedoelen we mensen die in een belangrijk bestuur zitten. Dit kan het bestuur van een land zijn, maar ook van een belangrijke organisatie. Patriciers zijn voorname mensen, gewichtig dus. Maar ze zijn niet van adel. De regenten en patriciers waren rijk en hadden alle macht in handen. Onderling verdeelden zij de belangrijkste baantjes. De rijkte regenten woonden in het gewest Holland.

 

De gegoede burgerij:

Deze mensen waren vaak even rijk als de regenten, maar ze hadden geen bestuursfuncties. Ze waren dus geen burgemeester of bestuurder van bijvoorbeeld een weeshuis.

Gegoede burgers waren bijvoorbeeld eigenaren van grote bedrijven. Ook de grotere kooplieden, hereboeren, vielen onder deze groep mensen uit de Gouden Eeuw. Met een hereboer bedoelen we een rijke boer die leeft als een heer van stand, dus als een deftige meneer, in een grote boerderij met bedienden.

 

Kleine burgerij:

Dit waren mensen die voldoende inkomsten hadden om van te leven. Ze moesten gehoorzamen aan de regels van de adel. Het waren ambachtslieden, kleine handelaren, winkeliers en schoolmesters.

 

Het gewone volk:

Een andere naam voor deze groep mensen was: Ô het grauwe volkÕ. Een echte bijnaam voor deze mensen was: ' Jan Hagel'. Dit waren de werklieden in nijverheid en in de havens. Het waren de soldaten en de matrozen. Ze konden vaak moeilijk aan de kost komen.

 

De werkelozen:

Tot het gewone volk hoorden ook de werkelozen. Ze zwierven rond door heel Europa, waar ze bedelend en stelend hun kostje bij elkaar scharrelden.

 

Opdracht 7A1:

 

Bij de achtergrondinformatie is een tabel getekend. Hierin zie je de indeling van mensen in de samenleving.

Schrijf op in welk vakje de volgende figuren uit het verhaal thuishoren.

1...De hoofdpersoon Pieter, een jonge schaapherder.................

 

2...De burgemeester van Vlissingen...........................................

 

3...Admiraal Evertsen................................................................

 

4...Neel, de dienstmeid van oom Lambertus..............................

 

5...De kerels (zeelui) uit de herberg............................................

 

 

Opdracht 7A2:

 

Bespreek met de groep hoe de indeling van de samenleving er tegenwoordig uitziet. Wie is belangrijk, wie is nog belangrijker? Of is iedereen even belangrijk?

 

Maak een schema (zoals bij de achtergrondinformatie) van de indeling van mensen in de samenleving van nu.

 

Schrijf op in welk vakje van jouw schema de volgende figuren thuishoren.

1...Jijzelf..............................

 

2...Je grootvader..................

 

3...De meester of juf...........

 

4...Prinses Maxima.............

 

5...Een verkoopster in een winkel...........

 

6...Ministerpresident Balkenende...........

LES 7B Achtergrondinformatie Rangen en standen bij de marine

 

Michiel de Ruijter was Luitenant Admiraal van de Staatse Vloot. Met Staatse Vloot bedoelen we alle schepen die onder de vlag van de Republiek der Zeven Provincien voeren. De Ruijter stond dus aan het hoofd van wat we tegenwoordig de Marine noemen.

In de 17e eeuw was die Staatse Vloot onder admiraal Tromp en de Ruijter heel belangrijk om de onafhankelijkheid van de Republiek te handhaven. Dat viel niet mee met grootmachten als Engeland en Frankrijk om ons heen. Zo was aan het eind van de 17e eeuw Engeland oppermachtig geworden.

 

De organisatie en uitrusting van de Staatse Vloot was in handen van vijf admiraliteiten: Middelburg, Harlingen, West-Friesland (Hoorn en Enkhuizen), Amsterdam en Rotterdam. Dit geeft aan dat Zeeland in de Gouden Eeuw heel belangrijk was.

 

De Marine is eigenlijk al opgericht in 1488. Keizer Maximiliaan van Oostenrijk stetde in dat jaar een admiraal aan als toezichthouder op de havens en de wateren van de lage landen. De marine kreeg het predikaat Koninklijk pas in 1815, bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

 

De Marine heeft een eigen rangsysteem, anders dan de indeling bij het leger.

 

De hoogste rang is luitenant-admiraal en de onderste rang is matroos. Daar zitten veel rangen tussen. We noemen dat hierarchie.

 

Voor het gemak delen we die hierarchie in als volgt:

 

Manschappen, dit zijn de matrozen en mariniers

 

Onderofficieren, alle rangen tussen korporaal en adjudant onderofficier

 

Officieren, alle rangen tussen luitenant ter zee 2e klasse en admiraal.

 

een kapitein bij de marine

 

Op dit moment is er niemand die admiraal is. Dat kan alleen de koning zijn. De hoogst haalbare rang als officier is luitenant-admiraal.

 

 

Aan het uniform van een marine-man/vrouw kun je zien welke rang deze persoon heeft. Een officier heeft meer strepen op zijn schouders dan een onderofficier. Ook aan de pet kun je goed zien met welke rang je te maken hebt.

Natuurlijk hoef je al die rangen niet ui je hoofd te leren. Tenzij je bij de marine wil gaan werken, natuurlijk.

 

Ook in andere organisaties bestaan rangen en standen. Denk maar aan de oude gilden, aan je eigen voetbalclub of aan scouting.

 

 Opdracht 7B

 

Kies een organisatie die bestaat uit rangen en standen. Je mag op internet zoeken, maar je kunt ook naar je eigen omgeving kijken.

Schrijf op een vel papier (A4) hoe de door jou gekozen organisatie in elkaar zit. Vermeld van elke rang of stand wat de personen moeten doen.