LES 8 NEDERLANDS Wie is jouw held ?
|
Doel: je denkt na over het woord held, en je gaat er met anderen over praten. |
|
Opzet : Lees de achtergrondinformatie Helden Maak de opdrachten Nodig: voor opdracht 2: voor elk groepje van vier kinderen een krant. Je kunt verschillende kranten gebruiken, de Volkskrant, NRC of je eigen regionale krant. Je kunt zelfs de Telegraaf gebruiken. Verder heb je een groot stuk papier nodig, bijvoorbeeld een stuk behangpapier waarvan je de achterkant gebruikt. Verder een schaar, viltstiften, lijm of plakband. |
ACHTERGRONDINFORMATIE HELDEN
Een held word je niet zomaar, zeker niet in Nederland. Hier hebben we liever niet dat mensen van alles doen om op te vallen. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.
Toch kennen we in Nederland een heleboel helden. Voor de een zijn dat mensen ide iets geweldigs gedaan hebben voor ons vaderland, voor een ander zijn dat mesnen die uitblinken in sport. En er zijn zoveel sporten. Een sportheld kan iemand zijn die een keer wereldkampioen is geworden. Maar ook als een tennisser jarenlang bijna aan de top zit, kan hij in de ogen van tennisliefhebbers toch een tennisheld zijn. Hij kan een stimulans zijn voor kinderen om ook die sport te gaan beoefenen. Misschien lees jij ontzettend graag boeken van een bepaalde schrijver. Misschien noem je daarom juist die schrijver een held.
We kennen helden die gegroeid zijn in hun heldenrol en zelf daaraan bewust hebben meegwerkt. Andere helden zouden zichzelf geen etiket met ' HELD' opplakken. Op een bescheiden manier, gewoon uit plichtsbesef hebben zijn hun roemrijke daden verricht. Meestal worden zij pas na hun dood een held.
Soms worden mensen bij toeval een held. Maar als dat toeval beteekent dat er daardoor mensen worden gered, kun je de dader best een held noemen.
Het begrip 'HELD' kun je dus heel ruim zien.
Michiel de Ruijter is een van onze grootste helden. Zelf heeft hij dat nooit zo gezien. Michiel was een man met een enorm groot plichtsbesef. Voor zijn laatste reis kreeg hij opdracht van het vaderland. Hij was ziek en voelde dat het zijn laatste reis zou worden. Toch ging hij. Misschien kun je hem alleen al daarom een ' held' noemen.
HELDEN VAN VROEGER
...........
.............
Schrijf bij de plaatjes wie dit is, of je dit een held vindt en waarom, of waarom juist niet.
HELDEN VAN NU
......
.....
.....
Schrijf bij de plaatjes wie dit is, of je dit een held vindt en waarom, of waarom juist niet.
OPDRACHTEN
Opdracht 1: Bespreek
met de hele groep het woord 'HELD'. Wat betekent dit woord?
Wanneer is iemand een held? Was een held in de Gouden eeuw een ander soort held dan in onze tijd?
Opdracht 2: Maak groepjes van vier. Zorg dat elke groep een
krant kan bekijken. Kun je de naam van een of meer helden vinden in de krant?
Knip de artikelen uit.
Verzamel met de hele groep alle namen van de helden die
jullie hebben gevonden. Maak daar een muurkrant van. Laat de muurkrant een
tijdje hangen. Je kunt er nieuwe helden bij schrijven of plakken.
(VARIATIE) OPDRACHT 3
Ken je een held in jouw omgeving, of in jouw familie?
Maak een opstel over de held van jouw dromen.
De leraar zal uitleggen aan welke eisen je opdracht moet voldoen. Het moet bijvoorbeeld een goede titel hebben en een bepaalde maximumlengte.
Je moet het schrijven of typen op A4 formaat. Als je een stukje van iemand anders in jouw tekst gebruikt, dan moet je dat altijd vermelden.
Als je iets van iemand overschrijft zonder dat te vermelden,
dan ben je fout bezig.
Dat noemen we plagiaat en dat is strafbaar.
(VARIATIE) OPDRACHT 4
Hiervoor moet je het boek ' Helden van de Honte' hebben gelezen.
Wie is de held van het verhaal? Of zijn er meerdere helden?
Schrijf de namen van de helden op en schrijf erbij waarom ze voor jou helden zijn.