Les 9 Taal: Zeeuws voor
leerlingen van groep 8
|
Doel: Je leert dat Zeeuws niet zo maar een dialect is. Ook leer je dat de taal en het dialect door de eeuwen heen een ontwikkeling hebben doorgemaakt. Opzet: Lees de achtergrondinformatie over het Zeeuws. Lees pagina 38 en 39 uit Helden van de Honte Maak de opdrachten. Nodig: voor het leesplankje, stevig wit papier, (kleur)potloden |
Opdracht 1: in groepjes van vier
De twee zinnen hieronder zijn bekende uitspraken van Michiel de Ruijter, maak er zinnen van in het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN).
Zin 1: ' Ick sal mij als een heerlyck Capeteijn in mijn harte gedraghen, in de hoope dat Godt het werck daer wij om uet sijn gesonden sal segenen, tot heere van ons lieve Vaderlandt.'
Zin 2: ' Met onghewyllige onden is het quat asen vangen.'
Opdracht 2: in groepjes van vier, lees eerst onderstaande tekst en bekijk de plaatjes. Maak daarna de hieronder vermelde opdracht.
Maak een leesplankje waarmee Michiel de Ruijter zou hebben kunnen leren lezen. Probeer woorden te gebruiken van voorwerpen die er in de tijd van Michiel al waren. Gebruik daarom geen woorden zoals trein of raket. Zoek er plaatjes bij en kleur ze in.
Veel kinderen hebben vroeger leren lezen met een leesplankje. Hierop staan woorden van een of twee lettergrepen. Ook komen alle klinkers an de beurt. In 1897 bedacht M.B. Hoogeveen deze methode. Er zijn daarna verschillende andere leesplankjes bedacht. Zo kwamen er leesplankjes voor katholieke kinderen. Rond 1930 werd het leesplankje aan de toen moderne tijd tijd aangepast met plaatjes van een auto en een fietser.


Er is zelfs een Zeeuws leesplankje.
Achtergrondinformatie De Zeeuwse taal
Michiel de Ruijter sprak Zeeuws en is dat altijd blijven doen. En als goede Zeeuw had hij moeite met de letter H.
Een bekende zin van hem was: 'Ick sal mij als een heerlyck Capeteijn in mijn harte gedraghen, in de hoope dat Godt het werck daer wij om uet sijn gesonden sal segenen, tot heere van ons lieve Vaderlandt.'
Nog een bekende uitspraak van Michiel was: 'Met onghewyllige onden is het quat asen vangen.'
Met Zeeuws bedoelen we een groep dialecten die in het zuidwesten van Nederland, met name in de provincie Zeeland, gesproken worden.
In de Middeleeuwen werd in elke streek wel een ander taaltje gesproken. Zelfs veel dorpen hadden hun eigen taal.
In de tijd daarna – de tijd van de Renaissance – bleven de mensen hun dialect gebruiken. De geleerden schreven hun wetenschappelijke werken in het Latijn, maar er werden steeds meer boeken en tijdschriften in de volkstaal Nederlands geschreven. Dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst konden die gemakkelijk in grote hoeveelheden gemaakt worden. Daarvoor moest er een taal komen die voor alle Nederlanders gelijk was.
Hiermee kwam er een verschil tussen de standaardtaal en de dialecten. Maar zoveel verschil i er nu ook weer niet. He grootste verschil is de maatschappelijke waardering. De standaardtaal heeft een nationale status, het dialect heeft een streekgebonden status.
De meeste mensen in de Nederlanden bleven tot het eind van de 19e eeuw alleen het eigen dialect praten. Pas daarna kwam er een beschaafde spreektaal, die eerst alleen door deftige mensen werd gebruikt. Dit Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) werd al gauw overgenomen door alle Nederlanders.
Intussen vervlakten veel dialecten, dat wil zeggen, dat ze gingen lijken op het ABN. Daar kwam nog bij dat men een beetje neer ging kijken op die lokale taaltjes. Halverwege de 20e eeuw werd het praten in dialect zelfs plat, dat wil zeggen: niet netjes, gevonden.
Tegenwoordig is er weer begrip, belangstelling en waardering voor die streektalen. Er wrd iemand aangesteld om de belangen van het Zeeuws te behartigen. Zelfs werd er een (mislukte) poging gedaan om het Zeeuws de status van een echte taal te geven.
Het is tegenwoordig weer leuk om in het eigen dialect te praten, ook al wordt er van iedereen verwacht dat hij zijn zinnetjes ook in het ABN kan uitspreken. Michiel de Ruijter zou dus heel modern en bij de tijd zijn met zijn uitspraken in het Zeeuws.